Na verscheidene maanden van status quo bereiden beleggers zich voor op renteverhogingen in juni door de ECB, de Bank of England en de Bank of Japan.

Vorige week hielden de centrale banken van de G4 - de Fed, de ECB, de Bank of England en de Japanse centrale bank - hun rentetarieven ongewijzigd. Hoewel de drempel voor een renteverhoging bij de Fed nog vrij hoog lijkt, zullen de drie andere centrale banken naar verwachting volgende maand tot actie overgaan.

Wat de ECB betreft, bevestigde Christine Lagarde donderdag tijdens haar persconferentie dat de kwestie van een renteverhoging is besproken. Enkele uren later gaven twee bronnen aan Reuters aan dat zij een eerste renteverhoging in juni verwachten.

Sindsdien hebben diverse ECB-leden, waaronder de president van de Bundesbank, Joachim Nagel, aangegeven dat een verhoging in juni noodzakelijk zou kunnen blijken. In april steeg de inflatie in de eurozone naar 3 %, het hoogste niveau sinds september 2023. De markten anticiperen op twee tot drie renteverhogingen in 2026.

Donderdag hield ook de Bank of England haar rente ongewijzigd. Waar het MPC (Monetary Policy Committee) ons gewend heeft gemaakt aan zeer nipte besluiten, was dit besluit relatief duidelijk. Van de 9 leden stemde alleen hoofdeconoom Huw Pill voor een renteverhoging met 25 basispunten.

Hoewel het besluit en de commentaren van Andrew Bailey de weddenschappen op de omvang van de monetaire verkrapping door de BoE in 2026 eerder hebben getemperd, lijkt een renteverhoging in juni nog steeds het meest waarschijnlijke scenario.

In Japan bestempelden economen het besluit van de BoJ als een "offensieve status quo". Een derde van de leden van het monetaire beleidscomité stemde immers voor een renteverhoging.

De situatie in Japan verschilt echter aanzienlijk van die bij de andere centrale banken. Renteverhogingen waren daar begin dit jaar al het beoogde pad. Met een rente van 0.75 % voert de Japanse centrale bank nog steeds een accommoderend monetair beleid. De neutrale rente wordt geschat op ongeveer 1.5 %.

Renteverhogingen zijn ook noodzakelijk om de depreciatie van de yen te voorkomen. Vorige week moest het ministerie van Financiën opnieuw interveniëren op de valutamarkt toen de yen het niveau van 160 ten opzichte van de dollar naderde.

De rente verhogen blijft hachelijk omdat de energiecrisis als gevolg van het conflict in Iran een stagflatoire schok is; het betekent zowel meer inflatie als minder groei. Renteverhogingen dreigen de activiteit dus verder te vertragen. Omgekeerd kunnen centrale banken niet lijdzaam toezien wanneer de inflatie weer opveert. Het risico bestaat dat de inflatieverwachtingen stijgen en de inflatieschok uiteindelijk aanhoudt.

Tot nu toe hebben de centrale banken vooral hun retoriek aangescherpt. In duidelijke taal: men is bereid de rente te verhogen indien nodig. Dit eenvoudige signaal heeft de rentestanden al aanzienlijk doen stijgen. De monetaire verkrapping heeft dus in zekere zin al plaatsgevonden; de markt heeft het werk gedaan. Maar dat spel kan niet eindeloos doorgaan en centrale bankiers moeten op een gegeven moment tot actie overgaan om hun geloofwaardigheid te behouden. Juni zou dit kantelpunt kunnen markeren.