Wat het eerste aspect betreft, een onderwerp dat momenteel alle opiniepagina's en financiële gemoederen bezighoudt, waarschuwt Arvind Krishna dat als er sprake is van een AI-zeepbel, deze zich vooral bevindt in de sector van de toeleveranciers van hardware.

Hun klanten hebben immers voor meer dan 100 GW aan nieuwe datacenter-capaciteit besteld. Dit vertegenwoordigt investeringen in de orde van grootte van 6 tot 8 biljoen dollar, die naar verwachting in vijf tot zeven jaar moeten worden afgeschreven; mits zij echter tussen de 1 en 2 biljoen aan extra jaarlijkse inkomsten genereren, wat de topman op korte termijn simpelweg als onrealistisch beschouwt.

Arvind Krishna biedt ook een origineel perspectief op de toekomst van grote taalmodellen (LLM's), die volgens hem op onomkeerbare wijze een massaproduct zullen worden. Voor de IBM-topman zal succes vooral afhangen van distributie, wat betekent dat het voordeel primair zal liggen bij bedrijven met een omvangrijk gebruikersbestand.

Distributie zou daarmee belangrijker zijn dan de pure technologie. In die optiek zouden partijen als Google, Amazon, Apple en Meta de overhand hebben in deze nieuwe configuratie, die uiteindelijk niet zo heel veel verschilt van de oude. Kortom, hoewel AI wel degelijk een enorme wereldwijde waarde zou kunnen creëren, zal onder de streep slechts een beperkt aantal bedrijven daarvan het merendeel weten te capteren.

Wat de transformatie betreft van IBM, waarvan de beurskoers in 2020 nog op hetzelfde niveau stond als tijdens de dotcom-zeepbel rond de eeuwwisseling, geeft Arvind Krishna zoals verwacht een enthousiaste presentatie. Het is een feit dat de marktkapitalisatie van de in Armonk gevestigde groep in de zes jaar onder zijn bewind is verdrievoudigd.

De fundamenten staan helaas in schril contrast met deze optimistische diagnose. Over het laatste boekjaar waren de omzet en de winst van IBM lager dan tien jaar geleden, terwijl het aantal uitstaande aandelen nagenoeg gelijk is gebleven.

Deze balans is des te kritischer omdat IBM jaarlijks miljarden uitgeeft aan zijn acquisitiestrategie. 2025 markeerde overigens een nieuw hoogtepunt op dit gebied, met 8,2 miljard dollar die werd ingezet voor externe groei, een record sinds de overname van Red Hat in 2019.

Het goede nieuws is dat er - eindelijk! - een positieve groeidynamiek zichtbaar is in de operationele winst als gevolg van deze nieuwe inspanningen. Dit is wellicht wat beleggers ertoe aanzet de zaken rooskleurig in te zien en IBM te waarderen tegen winstmultiples die op hun historische hoogtepunten liggen.

Maar net als bij Hewlett Packard Enterprise, een andere gevallen grootheid uit de Amerikaanse technologiesector, is het wellicht voorbarig om de overwinning uit te roepen. Zie in dit verband AI-boom bij HP nog steeds erg theoretisch, vanochtend eveneens in deze rubriek gepubliceerd.