Volgens de Amerikaanse bank zal de Europese vraag naar elektriciteit in 2026 en 2027 naar verwachting met 1,5% tot 2% per jaar groeien, om tegen het einde van het decennium te versnellen naar 2% tot 4% per jaar. In een scenario van 'hyperelektrificatie', mede gedreven door de behoeften van datacenters voor kunstmatige intelligentie, zou de groei vanaf 2030 zelfs 5% per jaar kunnen bedragen.

Deze analyse stoelt op een structurele beperking die het klimaatvraagstuk overstijgt: elektriciteit vertegenwoordigt momenteel slechts ongeveer 20% van het Europese energieverbruik, tegenover 80% voor fossiele brandstoffen. Voor Goldman Sachs zouden de versterking van de energiezekerheid, de decarbonisatie en de toenemende industriële behoeften een 'supercyclus' van winstgroei voor nutsbedrijven moeten ondersteunen, mits de investeringen in netwerken, interconnecties en productiecapaciteit de vraag bijhouden.

Europa geconfronteerd met de kosten van energieafhankelijkheid

Het belang van de handelsbalans geeft een extra dimensie aan dit scenario, aangezien de EU zwaar afhankelijk blijft van de import van energie. Volgens Eurostat bedroeg de import van energieproducten van buiten de EU in 2025 336,7 miljard EUR, waarvan 218,8 miljard EUR aan ruwe olie, 56,4 miljard EUR aan vloeibaar aardgas (LNG) en 60,1 miljard EUR aan gas via pijpleidingen.



Onderzoek van ENTSO-E, de Europese koepelorganisatie van transmissienetbeheerders, ondersteunt deze stelling. In het 'Ten-Year Network Development Plan 2024' identificeert de organisatie 108 GW aan extra economisch rendabele grensoverschrijdende capaciteit tegen 2040, gevolgd door 224 GW aan grensoverschrijdende capaciteit en 540 GW aan opslag tegen 2050.

ENTSO-E schat bovendien dat Europa meer dan 100.000 kilometer aan nieuwe onshore en offshore verbindingen moet aanleggen. Er wordt gesproken over meer dan 800 miljard EUR aan noodzakelijke investeringen tegen 2050 voor grensoverschrijdende, hybride en offshore netwerken, waardoor hoogspanningskabels, interconnecties en gereguleerde activa duidelijke knelpunten worden.

Kabels, netwerken, nutsbedrijven: de potentiële winnaars van de elektrificatie

Industriële ondernemingen lijken het best gepositioneerd om een deel van deze investeringen op te eisen, aangezien de knelpunten zich primair voordoen bij de fysieke apparatuur die nodig is voor elektrificatie. Het Franse Nexans geldt als de meest duidelijke exponent van dit thema, met een bewuste herpositionering richting elektrificatie en solide resultaten over 2025. Deze werden gekenmerkt door 6,1 miljard EUR aan standaardomzet, een organische groei van 8,3%, een stijging van de aangepaste EBITDA met 27,3% en een bijna verdubbelde vrije kasstroom. De groep biedt hiermee directe blootstelling aan kabels, netwerken en transmissie, zonder direct afhankelijk te zijn van de groothandelsprijzen voor elektriciteit.

Onder de andere Europese kabelproducenten biedt het Deense NKT een offensievere variant van hetzelfde scenario, met een sterke gevoeligheid voor hoogspanningsorders, interconnecties en offshore projecten. Het orderboek voor hoogspanning bedroeg eind 2025 10,2 miljard EUR, met meer dan 3,5 miljard EUR aan orderverplichtingen. Het Italiaanse Prysmian blijft echter de hoeksteen van het segment met een grotere kritische massa, 19,65 miljard EUR aan inkomsten in 2025 en een organische groei van 8,4% in het transmissiesegment in het vierde kwartaal.
Ook Schneider Electric, ABB, Legrand en Siemens Energy profiteren van de elektrificatie, met name via datacenters en elektrische apparatuur, hoewel hun profiel minder puur is.