Deze beweging is vooral het gevolg van een schok in volatiliteit en liquiditeit, versterkt door technische mechanismen, veel meer dan van een verandering in het monetaire regime.

De katalysator: de Fed, steeds weer

De directe aanleiding is politiek: de benoeming door Donald Trump van Kevin Warsh als kandidaat-voorzitter van de Federal Reserve. Warsh wordt gezien als aanhanger van een striktere doctrine: monetaire discipline, controle op de balans, institutionele hervorming. De marktreactie was bijna mechanisch: een gematigde stijging van de USD, een terugval van goud en bitcoin, en een herwaardering van het renterisico. Maar die marktreactie moet niet worden overgeïnterpreteerd. Ten eerste past de daling ondanks alles in een jaar dat nog altijd ruim positief is: goud staat nog steeds 10 % hoger sinds het begin van het jaar. Ten tweede zijn de verwachtingen rond het monetaire beleid niet verhard: de markten prijzen nog altijd ongeveer 53 basispunten aan renteverlagingen in tegen eind 2026, en na de aankondiging is zelfs een kleine extra versoepeling (ongeveer 5 basispunten) toegevoegd. Met andere woorden: de gebeurtenis schudde de prijs dooreen maar niet het macrotraject.

De echte oorzaken: winstnemingen, liquiditeit, margin calls

Zoals vaak in fases van excessen kwamen meerdere krachten samen. Enerzijds winstnemingen na historische toppen. Anderzijds een fragielere liquiditeit op de termijnmarkten. En tot slot een doorslaggevende factor: margin calls en hogere dekkingseisen. CME Group heeft de marges op goudfutures op de COMEX verhoogd van 6 % naar 8 % na de recente turbulentie. Zo'n aanpassing is niet neutraal: ze verkleint mechanisch de beschikbare hefboom, dwingt tot liquidaties en voedt niet-discretionaire verkopen. Het is een zichzelf versterkend kortetermijnmechanisme, dat buitensporige bewegingen kan veroorzaken ten opzichte van de fundamentals.

De lessen van de geschiedenis: bullmarkten in goud sterven niet aan een correctie

Het verleden biedt een waardevol referentiekader. Grote bullmarkten in goud eindigen niet omdat de angst wegebt of omdat de prijzen te hoog worden. Ze lopen af wanneer de centrale bank haar geloofwaardigheid volledig herstelt en een nieuw monetair regime installeert. Twee emblematische cycluseindes illustreren dit. In 1980 kwam de breuk door de Volcker-schok: agressieve verkrapping, een sprong in de reële rentes, dalende inflatieverwachtingen en een duurzame appreciatie van de USD. In 2013 keerde de dynamiek toen de Fed overtuigde dat ze de kwantitatieve versoepeling kon terugschroeven zonder een crisis te veroorzaken: de reële rentes hielden op met dalen en het vertrouwen in normalisatie vernietigde de hedgepremie.Omgekeerd hebben tussentijdse correcties de grote cycli al vaker gemarkeerd. In 1974 daalde goud door de stijging van de reële rentes, om vervolgens krachtig te herstellen tussen 1976 en 1980 toen inflatie en twijfel over het monetaire beleid opnieuw de kop opstaken. Dezelfde logica in 2020: pauze en vervolgens terugval toen de covid-stress tijdelijk wegebde, gevolgd door een herneming in 2024 omdat de onderliggende oorzaken (schuld, beperkingen van economisch beleid, broze geloofwaardigheid) bleven bestaan.

Waar staan we vandaag?

De huidige configuratie lijkt meer op een gevorderde tussentijdse fase dan op een cycluseinde: structurele stijging, nieuwe toppen, maar met regelmatige terugvallen van 5-8 %. En vooral: de voorwaarden die historisch het einde van een stierenmarkt markeren, zijn niet vervuld: geen duurzame stijging van de reële rentes, geen structureel sterkere USD, geen duidelijke geopolitieke ontspanning, geen volledig herstelde monetaire geloofwaardigheid.Warsh beschikt (op dit moment) niet over het geloofwaardigheidskapitaal noch over de politieke slagkracht om een abrupte breuk af te dwingen. Bovendien vergt elke regime-omslag consensus binnen de Fed, in een context waarin de quantitative tightening officieel moet stoppen op 1 december 2025.

Consolideren, om daarna hoger te mikken?

Goud heeft gecorrigeerd en kan op korte termijn zijwaarts bewegen door het verwerken van de volatiliteitsschok en de marge-aanpassingen. Maar daarna blijft het opwaartse potentieel bestaan. De vraag die wordt vastgesteld en doorgegeven door de World Gold Council sterkt mij in die visie. Daarom moet goud niet langer worden gezien als een "momentum”-belegging, maar als een strategische langetermijnhedge. Een portefeuille-allocatie blijft interessant voor beleggers met een structurele affiniteit met het metaal. De markt heeft er zojuist aan herinnerd dat goud, ondanks het feit dat het als een verzekering kan worden beschouwd, daarom nog geen risicoloos actief is.