Energie: ondanks een lichte stijging aan het einde van de week, waardoor de Brent-olieprijs weer 80 USD bereikte, had olie het moeilijk. De beslissing van de OPEC+ om tegen het einde van het jaar de productiebeperkingen te versoepelen, zette de olieprijs onder druk. De Europese gasmarkt werd gekenmerkt door sterke volatiliteit. Het termijncontract van de Nederlandse TTF steeg met meer dan 10 % na een storing in de Langeled-pijpleiding die Noorwegen met het Verenigd Koninkrijk verbindt. Deze verstoring benadrukte de afhankelijkheid van Europa van de Noorse gasvoorziening, wat de zorgen over prijsvolatiliteit verergerde.

Metalen: de grootste schommelingen van de week waren te vinden bij de industriële metalen. De zorgen over de wereldwijde groei, na een reeks tegenvallende indicatoren in de Verenigde Staten, drukten zwaar op de prijzen van nikkel (-9 %) en zink (-6 %). De koperprijzen in Londen ondergingen een derde weekdaling en zakten onder het symbolische niveau van 10.000 USD per ton. De handelsgegevens uit China, met bemoedigende exportcijfers maar tegenvallende importen, droegen bij aan de neerwaartse trend van koper.

Landbouwgewassen: bij de landbouwgewassen herstelde cacao met 5 % na een recente consolidatie. De prijzen van katoen en soja stonden onder druk, terwijl tarwe zich stabiliseerde. De edelmetalen verloren terrein aan het begin van de week, maar herstelden zich later. De goudprijs steeg zelfs met 1,5 % over de hele week.