Momentum is te vergelijken met de eerste bewegingswet van Isaac Newton, die zegt dat elk lichaam in de toestand blijft van rust of gelijkmatige rechtlijnige beweging waarin het zich bevindt, tenzij een kracht op het lichaam inwerkt en het zo dwingt van toestand te veranderen. Deze wet verklaart dat een object in rust geneigd is in rust te blijven, terwijl een object in beweging geneigd is in beweging te blijven. Alleen een externe kracht kan die toestand veranderen. Deze bekende wet in de fysica is ook van toepassing op beleggen. In de context van financiële markten zullen aandelen die recent goed hebben gepresteerd, goed blijven presteren en aandelen die slecht hebben gepresteerd, slecht blijven presteren totdat een katalysator deze dynamiek verandert. Dat wordt het momentum-effect genoemd.

1. De oorsprong van momentum

Ontdekt in het begin van de jaren 1990 – vrij laat in vergelijking met andere meer klassieke beleggingsstijlen zoals groei (growth) of waarde (value) – werd de momentumstijl voor het eerst ernstig naar voren gebracht in een onderzoeksartikel in het Journal of Finance in 1993. Deze studie legde uit hoe strategieën voor het kopen van recent winnende aandelen en het verkopen van recent verliezende aandelen op korte termijn aanzienlijk hogere rendementen genereerden dan de gehele Amerikaanse markt van 1965 tot 1989.

Dit onderzoek trok destijds de aandacht omdat het de fundamenten van value investing, geliefd bij Benjamin Graham, in twijfel trok, die bestaat uit het kopen van activa die als ondergewaardeerd worden beschouwd ten opzichte van hun intrinsieke waarde. De momentumaanpak is nochtans vrij logisch: de kans is groter dat je middenin een reeds gevestigde trend (opwaarts of neerwaarts) terechtkomt dan op een dieptepunt of hoogtepunt van de markt. Deze nieuwe beleggingsstijl werd lange tijd weinig gewaardeerd door beleggers ondanks talrijke academische onderzoeken, voornamelijk vanwege het gebrek aan aanzien en traditionele fundamentele verklaringen.

Een zogenaamd momentumaandeel voldoet dus aan criteria met betrekking tot de opwaartse trend van zijn koers. De trendhorizons die worden gebruikt om een momentumstrategie te kwalificeren, zijn doorgaans 6 en 12 maanden (deze die bijvoorbeeld worden gebruikt voor de MSCI World Momentum-index, maar slechts 12 maanden voor de S&P 500 Momentum). De periodes van 3 maanden en 9 maanden zijn volgens sommige studies eveneens interessant.

2. Werkt de momentumstijl echt?

Qua prestaties heeft de momentumfactor historisch gezien een hoger rendement op lange termijn aangetoond dan de markt. Zodra de tijdshorizon langer wordt, neemt de kans op bovengemiddelde prestaties met een momentumindex toe. Dat is in ieder geval wat we in het verleden hebben waargenomen, gedurende meer dan 70 jaar.

De indexfabrikant MSCI heeft trouwens factorindices gecreëerd op basis van deze verschillende criteria. We kunnen zien dat de MSCI World Momentum-index zijn referentie-index overtreft: de MSCI World. De MSCI World Momentum heeft sinds 1999 een jaarlijkse bovengemiddelde prestatie van bijna 3 % per jaar gegenereerd ten opzichte van de MSCI World.

Bron: MSCI

Deze prestatie gaat niet ten koste van het risico (het risico wordt hier gemeten aan de hand van de volatiliteit), aangezien de MSCI World Momentum-index een betere jaarlijkse prestatie genereert voor een vergelijkbare jaarlijkse standaarddeviatie (14,96 % per jaar tegen 14,98 % voor de MSCI World in het afgelopen decennium).

We zien vergelijkbare resultaten op de S&P 500 Momentum-index vergeleken met de S&P 500 met een duidelijke en regelmatige prestatie voor een vergelijkbare volatiliteit.

Bronnen: Factset & S&P Global

Naast ontwikkelde landen (MSCI World) en de Amerikaanse markt (S&P 500), werkt de momentumfactor ook op de meeste markten. Dit blijkt uit de MSCI-gegevens van het afgelopen decennium (2014-2024) met prijsgegevens. We zien een betere prestatie ongeacht het land of de geografische regio.

Bron: MSCI

De momentumfactor werkt beter wanneer een trend duidelijk is vastgesteld, bijvoorbeeld een lange bullmarkt. Dit is waar het momentum-effect zich zal onderscheiden van de benchmark (de klassieke index) en het beste zal presteren. Daarentegen hebben het momentum-effect en de indices die op deze factor zijn gebaseerd meer moeite in neerwaartse marktfases en in marktomkeermomenten (van opwaarts naar neerwaarts en omgekeerd). Ter illustratie: de 50 Amerikaanse bedrijven met de beste relatieve sterkte (RS voor "relative strength") – dat wil zeggen de beste prestatie in de afgelopen 12 maanden volgens de criteria van James O'Shaughnessy (What works on Wall Street) – presteerden slechter dan de gehele Amerikaanse markt in de periode 2000-2003 (rood omcirkelde periodes in de tabel), terwijl ze over het algemeen duidelijk beter presteerden in de voorgaande decennia (groen omcirkelde periodes in de tabel).

Bron: What works on Wall Street

James O'Shaughnessy nam de tijd om het universum van Amerikaanse aandelen in decielen te verdelen op basis van hun relatieve sterkte. Over de gehele periode 1951-2003 geldt: hoe hoger de relatieve sterkte (prestatie in de afgelopen 12 maanden), hoe hoger de prestatie in de komende 12 maanden. De cumulatieve prestatie is ook hoger over de gehele geobserveerde periode (1951-2003).

Bron: What works on Wall Street

Bovendien is deze prestatie ook waarneembaar in de daaropvolgende jaren met een bovengemiddelde prestatie in de 5 jaar die volgen in 58 % van de gevallen en een bovengemiddelde prestatie in de 10 jaar die volgen in 67 % van de gevallen.

Bron: What works on Wall Street

3. Prestaties deels verklaard door psychologie

Dit significante prestatieverschil wordt ten minste gedeeltelijk verklaard door het gedrag van beleggers. Beleggers (evenals financiële analisten trouwens) reageren soms laat en volgen een domino-effect bij de verspreiding van macro- of micro-economische informatie. De herzieningen van financiële voorspellingen en koersdoelen gebeuren geleidelijk en met enige vertraging over meerdere weken, maanden en soms zelfs jaren.

Een regimeverandering of een verstorende situatie in een sector of bedrijf wordt dus pas na zekere tijd weerspiegeld in de beurskoersen. Dit hebben wij recent gezien in de sector van de artificiële intelligentie en die van de Europese defensie-industrie. De katalysatoren zijn aanwezig blijken qua omvang moeilijk in te schatten. Analisten en beleggers zijn eerder conservatief aan het begin van een nieuwe trend en eindigen – naarmate de herzieningen en de verandering van mentaliteit vorderen – met het overdrijven van hun prognoses en ambities. Op dat moment worden ze hebzuchtig en overmoedig.

De momentumstijl profiteert dus van deze geleidelijke opbouw van financiële voorspellingen en de hebzucht van beleggers die het soms normaal vinden om voor een aandeel 50 keer de winst te betalen op dit moment, terwijl dat 12 maanden geleden 10 keer de winst was. Het verhaal dat beleggers zichzelf vertellen, is van groot belang voor de waardering van een bedrijf. Deze overdrijving naar boven toe werkt op dezelfde manier naar beneden toe voor de zwakke broertjes van de beurs. Hoewel de momentumstijl het risico niet vermindert, profiteert de stijl wel van menselijke vooroordelen.

4. Hoe integreer je de momentumlogica in je benadering van selectie en beheer?

Maak elk kwartaal (elke 3 maanden), halfjaarlijks (elke 6 maanden) en jaarlijks (elke 12 maanden) een stand van zaken op en kijk naar de aandelen die het meest zijn gestegen en zij die het meest zijn gedaald. Als je jouw portefeuille wilt herbalanceren, aarzel dan niet om de minst presterende aandelen te verminderen en je best presterende aandelen te versterken. Het is contra-intuïtief, maar het werkt. Als je twijfelt tussen twee aandelen om houden, geef dan de voorkeur aan het aandeel met het sterkste momentum op de genoemde tijdshorizons.

Momentum op zich is echter geen voldoende risicobeheersinstrument. Het is mogelijk om een momentumstijl te combineren met andere beleggingsfactoren zoals kwaliteit, waarde, groei of lage volatiliteit. Deze strategieën, als ze goed worden toegepast, kunnen de prestaties verder verbeteren en het bijbehorende risico verminderen.

Opnieuw illustreren de werken van James O'Shaughnessy (What works on Wall Street) dit geval. Door relatieve sterkte (de overperformance van de gehele aandelenmarkt in de afgelopen 12 maanden) te combineren met waarderingscriteria (lage k/w-verhouding, price-to-sales ratio of price-to-book value ratio) of winstgevendheid (hoog rendement op eigen vermogen) bijvoorbeeld, worden de prestaties verder verbeterd zoals te zien is over de periode 1951-2003:

Bron: What works on Wall Street

Bij MarketScreen helpen wij jou de aandelen te identificeren met het meest gunstige momentum. De dagelijks bijgewerkte aandelenlijst voor de momentumbeleggingsstijl omvat de beste momentumwaarden per land.

Ten slotte hebben we een driemaandelijkse Momentum Picks-selectie die is gebaseerd op een kwaliteitsmomentumbenadering.

Deze selectie van Amerikaanse aandelen presteert beter dan de brede Amerikaanse indices zoals de S&P 500 en de Nasdaq-100, sinds de invoering.