Vaststellingen

Gemeten over de hele breedte van gefabriceerde en verhandelbare goederen (het enige relevante aggregaat voor industriële concurrentiekracht), is de kloof tussen de waarde van de belangrijkste Aziatische valuta en hun theoretische evenwicht ten opzichte van de euro enorm. Zo schatte het IMF, ondanks zijn conservatieve houding, in februari 2026 dat de yuan met 16 % was ondergewaardeerd ten opzichte van een mandje valuta, terwijl Goldman Sachs de devaluatie in december 2025 op 25 % raming.

Fig.: Over-/onderwaardering van valuta's ten opzichte van de euro - verhandelbare goederen - berekeningen en analyse van de auteur

(geschatte afwijking vs. PPP-evenwicht voor verhandelbare goederen - mei 2026)

Bronnen: IMF External Sector Report, BIS (brede REER), OESO PPP voor verhandelbare goederen, aangepaste Big Mac-indices

Wat er is veranderd?

Het bestaan van ondergewaardeerde valuta is niet nieuw. De yuan is altijd gedevalueerd geweest zonder dat dit een groot probleem vormde, zolang China zich beperkte tot basisindustrieën. Wat veranderd is, is de samenloop van drie ongekende fenomenen.

Ten eerste schuift China op in de waardeketen. Zonnepanelen, windturbines, batterijen, elektrische voertuigen, werktuigmachines, biotechnologie, generieke geneesmiddelen. Dit zijn precies de sectoren waarin Europa ooit heer en meester was. China, met zijn toenemende industriële expertise, een munt die nog steeds structureel met 20 % tot 25 % is ondergewaardeerd, massale subsidies en het systematisch omzeilen van intellectueel eigendom, boekt vooruitgang waar Europese knowhow verloren gaat door opeenvolgende outsourcing.

Ten tweede de Aziatische reactie. Om de Chinese schok op te vangen en hun marktaandelen te behouden, hebben Japan en Korea hun valuta's sinds 2020 laten devalueren: -30 % ten opzichte van de euro voor de won en -40 % voor de yen. De yen heeft volgens de BIS zijn laagste niveau sinds 1970 bereikt. Toyota, Samsung en Hyundai herwinnen een beslissend prijsvoordeel. Dit staat in schril contrast met de Europese spelers, die de prijs betalen voor een concurrentiële devaluatie die Europa tot dusver heeft nagelaten.

Tot slot de Amerikaanse omslag. In het besef dat hun handelstekort een weerspiegeling is van een te sterke dollar, hebben de Verenigde Staten gekozen voor protectionisme. Hierdoor raakt Europa gevangen in een tang tussen een devaluerend Azië en een zich afsluitend Amerika.

Zwitsers tegenvoorbeeld is er geen aangezien China daar nog niet op jacht is

Sommigen zullen wijzen op de Zwitserse casus. Het land blijft welvarend ondanks een Zwitserse frank die met 10 % tot 15 % is overgewaardeerd ten opzichte van de euro. Het Helvetische model kan echter niet worden veralgemeend; de belangrijkste reden ligt in een farmaceutische industrie die nog steeds wordt beschermd door patenten (patenten die geldig zijn in OESO-landen maar ineffectief in China en buiten de OESO), een positionering in luxe (met name de horlogerie) en nicheposities in de machinebouw, elektrische apparatuur en metaalindustrie, waar China zich nog niet op heeft gericht. Tot slot is er geen garantie dat de Zwitserse bolwerken morgen niet zullen vallen, net zoals de Duitse momenteel vallen na die van Zuid-Europa.

Waar komt de prijskloof van 40 % met China vandaan?

Dit gemiddelde prijsverschil van 40 % (hoger in bepaalde sectoren) is opgebouwd uit verschillende elementen: onderwaardering van de valuta (~20 %), verschillen in loonkosten (~10 %), subsidies (het recente OESO-rapport van juni 2026 benadrukte het massale gebruik door China, met name in specifieke sectoren), minder strenge milieunormen en tot slot het schaaleffect van het geïntegreerde industriële ecosysteem (een markt van 1,3 miljard inwoners), evenals de structurele overcapaciteit van de Chinese productie.

Kortom, tweederde van de prijskloof vloeit primair voort uit het wisselkoersbeleid: de onderwaardering van de munt en het verschil in loonkosten, dat eveneens afhankelijk is van het niveau van de valuta.

Het kompas veranderen

Europa kan niet blijven deelnemen aan een vals spel door vast te houden aan een dogma dat voor een andere wereld is ontworpen. Drie hefbomen zijn essentieel: onze markt minimaal beschermen in strategische sectoren; onze industrieën massaal ondersteunen via de EIB en een Europees budget dat is heringericht op concurrentiekracht; en het taboe rond het mandaat van de ECB doorbreken om, naar het voorbeeld van het dubbele mandaat van de Fed, naast inflatie ook concurrentiekracht en werkgelegenheid op te nemen. Het werkelijke probleem is niet de EUR/USD, die al dicht bij het evenwicht ligt. Het is de ontkoppeling van 20 tot 45 punten ten opzichte van de industriële Aziatische valuta's en het onvermogen van Europa om daarop te reageren. Terwijl wij debatteren, dendert de pletwals voort.

Een opiniestuk van Stéphane Faure, voorzitter van Astyrian Patrimoine.