Wall Street heeft het tweede kwartaal van het jaar met vlag en wimpel afgesloten. De S&P 500 steeg in deze periode met 18,22 %, de beste kwartaalprestatie sinds het herstel na de pandemie zes jaar geleden. Ook de Nasdaq tekende voor een spectaculair kwartaal met een winst van 32 %, wat bewijst dat de appetijt voor technologieaandelen intact blijft, ondanks twijfels over de waarderingen.
De Amerikaanse uitzondering
Aan de andere kant van de oceaan herpakte ook de CAC 40 zich, maar in mindere mate. De Parijse index won 7,5 % op drie maanden tijd om het kwartaal te eindigen op 8.403,99 punten. De Stoxx Europe 600 deed het beter met een stijging van 10 % over het kwartaal, het beste resultaat in meer dan vijf jaar.
Het verschil wordt grotendeels verklaard door de samenstelling van de indices. Waar Wall Street volop profiteert van de rally onder de halfgeleiders en de AI-infrastructuur, blijft een index als de Franse CAC 40 blootgesteld aan traditionele sectoren (TotalEnergies, Schneider Electric, LVMH, Air Liquide, Sanofi, Airbus, Safran en BNP Paribas). Ook bij de kleinere AEX in Nederland en de BEL-20 in België zien we een gelijkaardig plaatje. Zo omvat de AEX vooral traditionele aandelen als Shell, ING en Unilever (maar evengoed tech-aandelen als ASML en Adyen). De BEL-20 dan weer omvat grote traditionele spelers als KBC, Ageas en AB Inbev (maar evengoed Galapagos en Argenx).
Geheugensector neemt het stokje over
In het tweede kwartaal kwamen de beste prestaties van de S&P 500 niet van de gebruikelijke tech-sterren zoals Nvidia of Microsoft. Het waren de aandelen gerelateerd aan halfgeleiders die de sterkste stijgingen lieten zien.
SanDisk schoot met 258 % omhoog, Micron Technology met 242 %, Intel met 216 %, Marvell Technology met 201 % en AMD met 186 %.
De beweging gaat overigens verder dan individuele titels. De SOX-index, die de belangrijkste halfgeleideraandelen groepeert, steeg met 88 % en tekende daarmee voor het beste kwartaal uit zijn geschiedenis.
AI-modellen vereisen steeds meer rekenkracht, maar ook meer geheugen, opslag en capaciteit om gegevens te laten circuleren. Hoe groter de modellen worden, hoe groter de behoefte aan halfgeleiders.
Deze dynamiek toont vooral aan dat de prestaties van de S&P 500 niet langer uitsluitend rusten op de 'Magnificent Seven'. De winstgroei van de S&P 500 exclusief de Magnificent Seven bereikte 20,5 % in het tweede kwartaal.

Bron: LPL Research, Bloomberg
AI maakt niet alleen winnaars
Maar terwijl de leveranciers van AI-infrastructuur hoge toppen scheren, blijven sommige softwaregroepen, dienstverleners of meer cyclische industriële bedrijven achter bij de rally. Intuit behoort tot de slechtste leerlingen van het kwartaal met een daling van 40 %. Zoetis daalde met 39 %, Accenture met 37 % en LyondellBasell met bijna 35 %.
De markt beloont bedrijven die in staat zijn om de investeringsuitgaven gerelateerd aan datacenters op te vangen, maar straft de bedrijven af waarvan het model kwetsbaarder lijkt.
Hoge verwachtingen
Voor beleggers geldt: zolang de techreuzen massaal blijven investeren in datacenters, zullen de leveranciers van deze infrastructuur hiervan blijven profiteren.
Maar deze logica creëert ook hoge verwachtingen voor de komende kwartalen. De consensus rekent op een winstgroei van ongeveer 23 % in het tweede kwartaal voor de bedrijven in de S&P 500, met een zeer sterke bijdrage van de techsector.
De markten voor geheugen en opslag blijven cyclisch. Als de prijzen dalen, de bestellingen vertragen of grote cloudklanten hun investeringen pauzeren, zou de grote rally kunnen stoppen of in ieder geval aanzienlijk kunnen vertragen.


















