Opmerkelijk, en in schril contrast met zijn grote concurrenten, lieten de biervolumes een stijging van 1,2 % optekenen ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar. Dit doet de volumedaling van 1,9 % in het niet-biersegment, dat minder dan een zesde van de geconsolideerde omzet vertegenwoordigt, naar de achtergrond verschuiven.

Deze gunstige ontwikkeling gaat gepaard met nieuwe prijsverhogingen die goed door de markt werden geabsorbeerd, waardoor de omzet op jaarbasis met 5,8 % steeg. De bedrijfswinst nam met 7,1 % toe, waarbij de marges nog steeds onvergelijkbaar hoger liggen - bijna het dubbele - dan die van sectorgenoten als Heineken of Carlsberg.

De eigenaar van onder meer de merken Budweiser, Corona en Stella Artois wordt strak beheerd en benut de schaalvoordelen ten volle. Deze zijn mogelijk dankzij een bedrijfsomvang die in geen verhouding staat tot zijn twee Europese rivalen: de omzet van 59 miljard dollar in 2024 was meer dan het dubbele van die van de Nederlander en vier keer zo groot als die van de Deen.

Er moet echter worden opgemerkt dat de volumegroei in het eerste kwartaal werd gedreven door de regio Midden-Amerika, die momenteel 29 % van de geconsolideerde omzet van AB InBev vertegenwoordigt, en in mindere mate door de regio Europa en het Midden-Oosten. In Noord- en Zuid-Amerika, evenals in de regio Zuidoost-Azië, blijven de volumes dalen.

Qua marktaandeel blijft AB InBev de nummer één in acht van de tien grootste wereldmarkten en is het binnen de sector van alcoholhoudende dranken en sterke dranken veruit de meest winstgevende groep. Twee jaar geleden merkten wij hier al op dat het concern uit het dal kroop onder het gecombineerde effect van herhaalde prijsverhogingen en een afname van de schuldenlast, die na de overname van SAB Miller voor meer dan 100 miljard dollar tien jaar geleden aanzienlijk was.

De situatie blijft echter om voorzichtigheid vragen. Gecorrigeerd voor inflatie stagneren zowel de omzet als de bedrijfswinst al vijf jaar. Een inkrimping van het investeringsprogramma na de piek van 2021 heeft echter de vrije kasstroom een impuls gegeven, die vorig jaar rond de 10 miljard dollar schommelde.

Met een marktkapitalisatie van 123 miljard dollar en een nettoschuld van 60 miljard dollar blijft schuldafbouw uiteraard een prioriteit bij de kapitaalallocatie. Dit zou de groep er niet van weerhouden om over het boekjaar 2025 7 miljard dollar uit te keren aan de aandeelhouders, waarvan een derde via de inkoop van eigen aandelen.