Elk kwartaal herhaalt het scenario zich. Bedrijven uit de S&P 500 maken een winst per aandeel bekend die boven de consensus ligt, soms maar met enkele centen, soms meer. Het percentage maakt indruk: vaak tussen 75 % en 80 %. FactSet berekende een gemiddelde van 78 % overtreffingen in de voorbije 5 jaar, en 76 % over 10 jaar op het niveau van de winst per aandeel. Het percentage is iets minder indrukwekkend maar blijft hoog voor de omzet: 70 % over 5 jaar en 66 % over 10 jaar.
Hier gaat het om een kwantitatieve overtreffing. Kwalitatief kunnen de verschillen ook aanzienlijk blijken. Over tien jaar overtreft een S&P 500-bedrijf gemiddeld de marktverwachtingen voor winst per aandeel met 7 %, maar slechts met 1,4 % voor de omzetramingen.
Oriëntatieloop
Letterlijk genomen schetst dit het beeld van een systeem waarin bedrijven voortdurend verrassen met hun operationele uitmuntendheid. Of van een wereld waarin analisten en voorspellers bijzonder slecht zijn. In werkelijkheid meet dit cijfer niet de ruwe prestaties van bedrijven, maar de kloof tussen gepubliceerde resultaten en vooraf gekalibreerde verwachtingen. En die verwachtingen vallen niet uit de lucht.
In de Verenigde Staten, en steeds vaker ook in Europa, is het managen van verwachtingen een kunst. Financieel directies geven voorzichtige indicaties, benadrukken macro-economische onzekerheden, kostendruk of geopolitieke risico's. IR-teams (investor relations) kaderen de verwachtingen geleidelijk en proberen ze te laten landen waar zij dat voorzien. In de loop van de weken passen analisten hun schattingen stap voor stap aan, vaak naar beneden, vooral wanneer de publicatie dichterbij komt. De consensus wordt dan een redelijk haalbaar doel. Dit mechanisme, bekend als de logica van underpromise, overdeliver, berust niet op een complot maar op een stilzwijgend evenwicht: liever een verlaagde lat overschrijden dan een markt teleurstellen die overgevoelig is voor slechte verrassingen.
Wat maakt de verpakking uit, als de roes er maar is?
Je moet trouwens verder kijken dan alleen de winst per aandeel. De WPA verslaan is makkelijker dan verrassen met de omzet of het optrekken van de jaarvooruitzichten. De winst kan beïnvloed worden door aandeleninkopen of door volledig legale boekhoudkundige aanpassingen, die het resultaat per aandeel wijzigen zonder de onderliggende economische dynamiek radicaal te veranderen. De markt is vooral geïnteresseerd in het traject: marges, organische groei, kasstromen en vooral prognoses (guidance). Een bedrijf kan de verwachtingen "verslaan" en zijn aandeel toch zien dalen als de vooruitzichten teleurstellen.
Die fameuze 80 % betekent dus niet dat Amerikaanse bedrijven systematisch beter presteren dan verwacht, maar dat het systeem zo is ingericht dat een positieve verrassing waarschijnlijker is dan het omgekeerde. Het is een culturele en financiële mechaniek, verankerd in communicatie en in het beheer van beursrisico. Voor de belegger is het belangrijkste niet het tellen van overtreffingen, maar het analyseren van wat er werkelijk verandert in het traject van het bedrijf. In zekere zin is de echte verrassing niet het gepubliceerde cijfer, maar het verhaal dat het vertelt voor de kwartalen die volgen.
Uitgelegd: waarom overtreft 80 % van de VS-bedrijven elk kwartaal de verwachtingen?
Elk resultatenseizoen wekt de indruk van een statistisch mirakel: bijna acht op de tien Amerikaanse bedrijven publiceren winsten die hoger liggen dan de voorspellingen van analisten. Moet je daarin een chronische superioriteit van Amerikaanse bedrijven zien, of een zwakte van analisten? Geen van beide. Het spectaculaire cijfer zegt vooral iets over hoe de markt werkt vóór de publicatie.
Gepubliceerd op 12-02-2026 om 10:58



















