De twee belangrijkste gebeurtenissen van de voorbije week waren achtereenvolgens het banenrapport en de Amerikaanse inflatiecijfers. Waar de eerste voor wat winstnemingen zorgde werd de tweede daarentegen goed onthaald door de beleggers. Een korte stand van zaken.
Rapporten volgen elkaar op maar lijken niet altijd op elkaar. Toch schetsen ze het beeld van een Amerikaanse economie die veerkrachtig blijft: een vertraging middenin de cyclus maar geen nakende recessie, gesteund door consumptie, productiviteit en een soepele Federal Reserve. Die elementen houden op middellange termijn een positieve bias in stand, ondanks de huidige consolidatie.
Als belegger is een recessie een van de grootste risico’s waar je mee te maken krijgt. In zo’n episode is het bijzonder moeilijk om er zonder averij — en verlies van klinkende munt — door te komen. Maar wees gerust: een bbp-groei die voor het vierde kwartaal op ongeveer 2,5 à 3,5 % wordt geraamd, strookt niet met een recessiescenario.
Tegelijk blijven de finale vraag en de consumptie solide. Op jaarbasis stijgen de detailhandelsverkopen met meer dan 3 % en voeden rechtstreeks het bbp. De consumptie wordt geschraagd door licht positieve reële lonen, de uitgaven van gepensioneerde babyboomers en een arbeidsmarkt die afkoelt maar niet verslechtert.
Dat punt is belangrijk, want het jongste banenrapport leidde uiteindelijk tot winstnemingen op de aandelenmarkt en hogere langetermijnrentes. Toch is “herijking van de markt” hier passender dan “echte verslechtering”. De stijging van de werkloosheid komt vooral door een hogere participatiegraad en vrijwillige afbouw in de overheidsjobs, terwijl de privésector tegelijk banen blijft scheppen.
Bovendien overtreft de bbp-groei ruimschoots de banengroei. Anders gezegd: de VS boeken significante productiviteitswinsten, terwijl de massale AI-investeringen de cyclische vertraging dempen.
Tot slot kalmeert de inflatiedruk, zoals blijkt uit de CPI: verwacht was +3,1 % jaar op jaar, reëel was de inflatie +2,7 %. Het verschil tussen raming en publicatie is evengoed te zien in de versie die volatiele componenten buiten beschouwing laat. De Fed kan haar rente dus verlagen zonder dat de groei instort en tegelijk gerichte liquiditeitsmaatregelen inzetten om financiële spanningen na de shutdown te vermijden.
De reactie van de obligatiemarkt op de inflatiecijfers laat weinig twijfel: het rendement op de tienjarige ontspande meteen, al is een doorbraak onder 4,08 % nodig om meer vertrouwen te hebben in het einde van de herstelbeweging sinds oktober. De aandelenindices probeerden het hoofd op te richten, terwijl de dollar niet al te zeer leed, ook al blijft de trend van het paar EURUSD positief sinds de uitbraak boven 1,1695.
Het paar USDJPY hield stand op zijn steun 155/154,28 en testte opnieuw de pieken van november op 157,90 vóór 158,88 in januari 2025. Geen significante wijzigingen voor het valutapaar USDCHF, dat binnen een horizontaal consolidatiekanaal blijft tussen 0,8130 en 0,7830. De aussie blijft goed georiënteerd boven 0,6550 met een eerste doel op 0,6710 vóór het richting 0,6870/0,6940 gaat. Ten slotte lijkt de kiwi de grens van 0,5790/0,5800 te willen overschrijden. In dat geval kan het richting 0,5900 en zelfs 0,6010 gaan.