Het belangrijkste ijkpunt van de week was het Amerikaanse banenrapport. Er werden 57.000 banen gecreëerd, fors onder de verwachte 114.000, terwijl ook de cijfers van de voorgaande maanden naar beneden werden bijgesteld. Toch daalde de werkloosheid naar 4,2 %, stegen de lonen op jaarbasis nog steeds met 3,5 % en blijft het aantal ontslagen historisch laag. Kortom, de arbeidsmarkt vertraagt zonder echt te verslechteren.
Deze "niet te warm, niet te koud"-lezing werd goed ontvangen door de markten. Beleggers zien hierin een economie die solide genoeg is om een recessie te vermijden, maar gematigd genoeg om de druk op de Fed te verlichten. De obligatierentes daalden licht, terwijl de dollar terrein prijsgaf ten opzichte van de belangrijkste valuta's.
Het andere belangrijke signaal van de week kwam van Kevin Warsh. Tijdens het forum in Sintra weigerde de Fed-bestuurder elke indicatie te geven over de toekomstige renteontwikkeling. Interessanter nog was zijn uitleg dat de markten de centrale bank zouden moeten leiden, in plaats van andersom. Dit is een trendbreuk met de jaren onder Powell en doet meer denken aan de filosofie van Alan Greenspan: kijken naar de signalen van de markt in plaats van deze proberen te sturen.
Op macro-economisch vlak blijven de indicatoren robuust. Het aantal vacatures blijft hoog, het aantal ontslagen laag, de consumentenbestedingen blijven groeien en de bedrijfsinvesteringen houden stand. Weliswaar werd de GDPNow-raming van de Atlanta Fed verlaagd van 3,1 % naar 1,2 %, maar deze herziening is hoofdzakelijk toe te schrijven aan een tijdelijke verslechtering van het handelstekort en niet aan een verzwakking van de binnenlandse vraag. De reële consumptie blijft immers groeien met ongeveer 2 %, terwijl de investeringsuitgaven dynamisch blijven dankzij de cyclus rond kunstmatige intelligentie.
De aandelenmarkten zetten daarentegen hun interne rotatie voort. Grote technologieaandelen lassen een pauze in na hun spectaculaire opmars, terwijl kapitaal verschuift naar financiële waarden, de gezondheidszorg, smallcaps en diverse internationale markten. Deze beweging wordt bevestigd door een bijzonder geruststellende indicator: de advance-decline lijn van de NYSE bereikte nieuwe historische hoogtepunten, een teken dat de marktbreedte blijft toenemen. Historisch gezien past een dergelijke configuratie eerder bij een consolidatie in een stierenmarkt dan bij de voorbereiding op een echte berenmarkt.
Het dominante scenario blijft dat van een zachte landing. De olieprijs normaliseert verder, de inflatiedruk begint af te nemen, de Fed krijgt meer flexibiliteit en de Amerikaanse groei blijft solide genoeg om de bedrijfswinsten te ondersteunen. Op korte termijn zullen sectorrotaties echter de belangrijkste motor van de beursprestaties blijven.
Technisch gezien blijft de dollarindex (DXY) goed georiënteerd boven de steun op 100,20 voor een verdere stijging richting 102,70/85. Tegelijkertijd blijft de EUR/USD onder neerwaartse druk zolang de 1,1520 niet wordt doorbroken, met een koersdoel dat gehandhaafd blijft op 1,1180/30. In de rest van de wereld valt de aanhoudende daling van de Japanse yen ten opzichte van de dollar op, waarbij de grens van 160,40 werd overschreden.




















