De honger naar de val is gebaseerd op een mix van emoties, mediareflexen en winst in de vorm van aandacht (en geld) voor wie zijn brood verdient met financieel commentaar. Die cocktail verklaart waarom een dag in het rood altijd meer aandacht trekt dan een rustige, of zelfs minder rustige, stijging.

Dalingen leveren altijd het betere verhaal op. Er is spanning, drama, schuldigen, slachtoffers. Een winst van 0,7 % interesseert niemand; een verlies van 5 % zet alles in rep en roer. De media weten dat: rode alerts leveren kliks op. Dat is geen complot maar wel, zeg maar, biologie. Kahneman en Tversky hebben die brute asymmetrie theoretisch onderbouwd: de pijn om 1.000 euro te verliezen is psychologisch twee keer zo intens als het plezier om evenveel te winnen. Ons reptielenbrein is geprogrammeerd om te overleven, niet om sereen door het leven te gaan. Een groen pijltje is informatie, een rood pijltje is levensbedreigend. En bedreiging krijgt in ons brein altijd voorrang. En bijgevolg: angst verkoopt, en niet alleen aandelen.

Verkoop alles

Een stijgende markt stelt gerust, een dalende markt verontrust en betrekt dus meer mensen. Als de indexen duikelen, zien nieuwszenders hun kijkcijfers stijgen, wordt er meer geluisterd naar analisten, worden experts vaker bevraagd en worden meer defensieve producten gekocht. Op MarketScreener worden de analyseartikelen beduidend meer gelezen. Met agressieve koppen kan hun bereik zelfs vertienvoudigd worden. "De markt daalt" doet het goed. Maar minder dan "de beurs stort in". En dat werkt dan weer minder goed dan "Enorme beurscrash op Wall Street" of "Verkoop alles, de beurs gaat 50 % zakken". Een daling is een moment van koortsachtig consumeren van content, adviezen en meningen. Iedereen heeft wel iets te zeggen. Vooral zij die al jaren de ineenstorting aankondigen.

Want elke correctie wordt een kans om de crashvoorspelling opnieuw te spelen. Sommigen wachten alleen daarop: tot de markt eindelijk wegzakt, zodat ze kunnen zeggen: "Zie je wel, ik had het gezegd". Ze maken veel lawaai als het daalt en verdwijnen vervolgens in de herstelperiodes. Hun verhaal overleeft alleen in de noodfase en levert op lange termijn desastreuze resultaten op.

Ik herinner me een rondetafelgesprek van een paar jaar geleden. Rechts van mij zat een econoom die bekendstaat omdat hij bij een zakenbank was begonnen voordat hij zijn geld ging verdienen met doemdenken (ja, die). Dat is trouwens nog steeds zijn verdienmodel, dankzij een community waarvan de omvang in de loop der jaren op mysterieuze wijze is gegroeid. Destijds, toen hij al bekendstond om het aankondigen van allerlei naderende rampen, pochte hij dat hij had voorkomen dat zijn volgers geld verloren. Een beheerder die tegenover hem zat, van wie ik de naam ben vergeten, antwoordde koeltjes: "Door hen al 15 jaar aan te zetten buiten de markt te blijven, meneer, hebt u er vooral voor gezorgd dat ze heel veel geld zijn misgelopen".

Flinke dosis Schadenfreude

We moeten ook erkennen dat veel van wie zich verheugen op de daling? geen cent op de beurs hebben. Hun relatie tot de markt is ideologisch of puur spectaculair. Ze zien financiën als een ondoorzichtig, onrechtvaardig of gewoon ver weg staand systeem. Voor hen is een beursdaling als een rampenfilm: spektakel, geen verlies. Het is zelfs een vorm van wraak op een wereld waarvan ze geen deel uitmaken. In dat voyeurisme zit een portie Schadenfreude, dat schuldige genoegen bij andermans ongeluk. Als de beurs stijgt, worden de rijken rijker en nemen de ongelijkheden toe. Als ze instort, is er de grote nivellering. De paniek zien bij "die daarboven" geeft een gevoel van rauwe rechtvaardigheid, een soort egalitarisme door de leegte. Voor de toeschouwer is de crash geen financieel verlies, maar een morele beloning.

En tot slot: angst werkt aanstekelijk. Tijdens de terugvallen kijken zelfs leken naar de schermen. De mens is bedraad om op gevaar te reageren, en de media weten hoe ze op die archaïsche reflex moeten inspelen. Het is ook een podium voor spelers die weinig baat hebben bij stijgende markten. De media zijn een spreekbuis voor shortsellers, crisiscommentatoren en politieke partijen die de ineenstorting van het systeem verkondigen, of voor wie wil bewijzen dat "de financiële wereld niet werkt".

Dat is niet rationeel, het is menselijk. Daarom maken rode markten altijd meer lawaai dan groene.