De beweging die op de markten wordt waargenomen, laat zich allereerst verklaren door het snelle verdwijnen van een belangrijke geopolitieke risicopremie. De sluiting van de Straat van Hormuz had het scenario van een wereldwijde energieschok doen herleven, met onmiddellijke gevolgen voor de olieprijzen, de inflatie en de groeiverwachtingen. De heropening ervan, volgend op het staakt-het-vuren van vijftien dagen met Iran, zet mechanisch een omgekeerde beweging in gang: die van een normalisatie.

Het is niet nodig om de geschiedenis van het belang van de Straat van Hormuz te herhalen; het internet, de kranten en sociale media staan vol met experts die alles tot in den treure hebben uitgelegd. De omwenteling als gevolg van de gisteravond tussen Washington en Teheran overeengekomen wapenstilstand van vijftien dagen wordt direct weerspiegeld in de sectorprestaties.

Toerisme, een vanzelfsprekendheid

Luchtvaart- en toerismeaandelen behoren tot de eerste begunstigden. Aangezien hun verdienmodel sterk afhankelijk is van de brandstofkosten, vertaalt de verwachte ontspanning van de olieprijzen zich in een onmiddellijke verbetering van de margevooruitzichten. Daarbij komt de terugkeer van een betere zichtbaarheid op internationale stromen, wat de vraagverwachtingen ondersteunt. In de ochtendhandel stijgt Air France-KLM met 14%, wint touroperator TUI AG 11% en staat Accor op +8%. Logisch, iedereen begrijpt wat er aan de hand is.

De cyclische industrie in brede zin

Ook cyclische industriële waarden boeken vooruitgang. Zij werden eerder afgestraft door het vooruitzicht van een energieschok die de wereldwijde activiteit zou kunnen belasten. De afname van het recessierisico en de stabilisatie van de energiekosten stellen de markt in staat om weer uit te gaan van een ordelijker groeiscenario, wat gunstig is voor spelers die blootstaan aan investeringen en productie. Saint-Gobain, Buzzi en Heidelberg Materials winnen aan de bouwzijde 9% of meer. In de automobielsector stijgen Volvo Cars, Continental, Renault of Stellantis met meer dan 7%. Vermeldenswaard is ook de uitstekende vorm van motorbouwers Safran (+11%) en Rolls-Royce (+9%), die dubbel profiteren van de cycliciteit van de economie en het verbeterde lot van de luchtvaartmaatschappijen.

Banken gevoelig voor normalisatie

De bankensector profiteert eveneens van deze beweging. Het verdwijnen van een extreem risico vermindert de vrees voor een snelle verslechtering van de kredietkwaliteit en algemene financiële stress. Beleggers schatten de waarschijnlijkheid van een crisisscenario lager in, wat de waarderingen in de sector ondersteunt. Instellingen met een sterke blootstelling aan marktactiviteiten hebben de wind in de zeilen (Société Générale +9%, Commerzbank +9%, Barclays +8%). Banken met een grote hefboomwerking, zoals de Griekse banken Piraeus Bank en Eurobank, profiteren nog meer met winsten van ruim 15%.

Tech en grondstoffen in goeden doen

Bij de industriële technologie en halfgeleiders is de logica vergelijkbaar. De normalisatie van de energie- en logistieke omstandigheden geeft weer zicht op de toeleveringsketens en investeringen. De markt anticipeert op een minder beperkende omgeving voor industriële activiteiten. Soitec (mede geholpen door Jefferies) stijgt met 10%, Infineon met 9% en Schneider met 8%.

Tot slot profiteren grondstoffengerelateerde aandelen van een meer indirect effect. Zij hadden te lijden onder de toenemende vrees voor een recessie. Het wegebben van deze zorgen bevordert een herpositionering in cyclische activa die gevoelig zijn voor de wereldwijde vraag. Dit zien we terug bij staalproducenten (Salzgitter +19%, ArcelorMittal +11%...), industriële mijnbouwers (Antofagasta +12%, Anglo American +10%) en zelfs goud- en zilvermijnen (Fresnillo +9%).

Olie en meststoffen onder zware druk

Aan de onderkant zijn de zondebokken eenvoudig aan te wijzen: wee de energiebedrijven: Maurel (-13%), Equinor (-12%), BP Plc en TotalEnergies (-6%). De daling van de olieprijs zal hun riante toekomstige winsten aantasten. Ook enkele spelers in de meststoffensector (K+S en Yara verliezen meer dan 10%) bevinden zich in de rode cijfers, omdat zij profiteerden van tekorten die hen weelderige marges garandeerden. Defensieve waarden (Orange, -1,5% of RWE, -1,5%) missen de rally, maar beperken hun verliezen: beleggers weten dat het feest mogelijk niet eeuwig duurt.